Laatste nieuws

JuBi bereikt hoogste punt op 146 meter
Op donderdag 6 oktober bereikt het nieuwe onderkomen voor het ministerie van Veiligheid en Justitie en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het hoogste punt. Het door Prof. Hans Kollhoff Architekten ontworpen project wordt gekenmerkt door twee torens van 146 meter.
lees meer >>

Projectanimatie

Wilt u zien hoe de gebouwen verrijzen? Bekijk visualisatie!

Gevels JuBi klimmen als een trein

 

Gevels JuBi klimmen als een trein           


Zo'n zesduizend gevelelementen worden tot een hoogte van 140 meter aangebracht aan de JuBi-torens in het centrum van Den Haag zonder dat er een torenkraan aan te pas komt. In plaats daarvan maakt de bouwcombinatie gebruik van een transportsysteem dat uniek is in Nederland.

Alleen al vanuit veiligheidsoogpunt is het ongewenst om de vier ton zware prefab-buitenspouwbladen met de torenkraan te verplaatsen. ‘De gemeente verbiedt het om met zulke zware lasten boven de openbare weg te komen', zegt Frans Quataert, bouwplaatsmanager van BAM Utiliteitsbouw Grote Projecten. ‘Maar ook in logistiek opzicht heeft dit systeem veruit de voorkeur. Het proces kan ongestoord doorgaan zonder dat de torenkranen overuren moeten draaien. Bovendien is het ook nauwelijks uitvoerbaar met de kraan. Je hebt geen last van zwabberende elementen en dat vergemakkelijkt de montage, ook qua arbeidsomstandigheden.'

Voor de ontwikkeling van het bijzondere transportsysteem klopte de bouwcombinatie aan bij hijsspecialist Bomecon en bekistingsfabrikant Doka.


Montagewagen

De gevelelementen, bekleed met steenstrips dan wel natuursteen, worden 's ochtends vroeg in een rek geplaatst pal onder de verticale geleiderails van de hijslier. Met deze lier wordt het element langs de gevel omhoog getrokken tot de gewenste bouwlaag. Daar pakt een montagewagen, die met de gevelsteiger mee omhoog klimt, het element over. Quataert: ‘De klimsteiger telt vijf werkniveaus boven elkaar. De onderste bordessen zijn, om het verticale transport te laten passeren, voorzien van opklapbare platforms. Per toren zijn er twee stijgpunten. Dat betekent dat de montagewagen met het element ook de hoek om moet. Hiervoor is een speciale caroussel ontwikkeld. Dit horizontale transport, alsmede de feitelijke plaatsing tot op de millimeter nauwkeurig, is in handen van een man, die het draadloos bedient.

Het systeem is zelfs flexibeler dan we dachten. De gevel bevat tal van inspringingen, maar dat levert geen enkel probleem op. Per toren plaatsen wij dagelijks twaalf elementen.'

Volgens Quataert is het transportsysteem dé oplossing bij binnenstedelijk bouwen. ‘Natuurlijk heeft het de nodige engineering gekost, maar bij een dergelijk omvangrijk project is het zeker lonend.'

Andere berichten: